30 april 2019
30 april 2019
Ik ben deze week in Nederland hard bezig met de voorbereiding op de volgende toernooien. Als eerste speel ik de British Masters (9-12 mei) op de Hillside Golfclub in Engeland. Daarna meteen door naar New York voor het US PGA (16 – 19 mei), de tweede major van het jaar. Dan weer terug naar Europa voor het Made in Denmark toernooi (23 – 26 mei). Dat zijn drie pittige weken met op en neer vliegen naar Amerika, dus daarna speel ik in principe twee weken niet. Mijn volgende toernooi is dan hopelijk het US Open op Pebble Beach (13 - 16 juni). Om die major te kunnen spelen moet ik op 20 mei of 10 juni in de top 60 van de wereldranglijst staan.
Ik speel vervolgens in München het BMW International Open (20 – 23 juni) en de week erna het Valderrama Masters (27 – 30 juni). Het Iers Open sla ik dan over en vervolgens staan dan het Schots Open (11 – 14 juli) en The Open (18 – 21 juli) op het programma. Er kan altijd nog iets veranderen, maar dit is normaal gesproken mijn schema de komende weken. Veel mooie, grote toernooien om naar uit te kijken dus.
Bij mijn eerste drie toernooien dit jaar was er een patroon zichtbaar: veel goede holes, maar ook steeds een heel matige serie waardoor een topklassering er niet inzat.
Helaas de cut gemist in mijn laatste toernooi van 2025, maar alles bij elkaar was het een goed seizoen met veel positiefs om mee te nemen naar 2026.
Ik wil dit jaar nog graag twee toernooien spelen in Zuid-Afrika, maar de kans is aanwezig dat het slechts één toernooi wordt dankzij een moeilijk te verkroppen beslissing van de DP World Tour.